Taalcafé – Ghenwa

Ghenwa “Ik werkte als verpleegkundige in het ziekenhuis van Aleppo. Op mijn tweeëntwintigste ben ik getrouwd. Mijn man en ik hebben drie kinderen, twee dochters en een zoon. Toen we kinderen kregen ben ik gestopt met werken. Mijn man werkte in een bedrijf dat kroonluchters maakte van kristal. Hier konden we met het gezin goed van leven. Ik bleef thuis om voor de kinderen te zorgen. Ik ben nu drieëndertig jaar oud en woon één jaar in Nederland. Toen de oorlog in Syrië uitbrak is ons huis verwoest. Mijn man en mijn oudste dochter zijn samen gevlucht. Ze kwamen in Nederland terecht en toen ze hier een status kregen mochten mijn andere dochter, mijn zoon en ik naar Nederland komen met het vliegtuig. Mijn man en dochter haalden ons op van het vliegveld. We huilden van blijdschap en waren heel blij om na een jaar van onzekerheid weer samen te zijn. Ik ga nu elke week naar het taalcafé in de bibliotheek van Kessel, samen met mijn man en kinderen. Ik zit op school in Blerick om de Nederlands taal te leren. De zorg voor de kinderen, het huishouden, naar school gaan en huiswerk maken zijn lastig te combineren. Ik heb weinig rust en maak me elke dag zorgen over de situatie in mijn land. Ik ben ook nog vaak bezig met wat we zelf allemaal hebben meegemaakt toen we nog in Aleppo waren. Voor mijn kinderen ben ik heel blij dat we nu in Nederland zijn. Ze leren de Nederlandse taal snel en ik zie dat ze vooruitgaan. Voor mijn man en ik is het anders. We hebben allebei nog geen werk gevonden en we spreken de taal nog niet zo goed. Ik hoop dat ik over een tijdje weer aan het werk kan als verpleegkundige. Ik zal beter Nederlands moeten leren spreken en ook stage moeten lopen maar ik heb het er allemaal voor over. Ik hou heel veel van mijn werk en mis het om anderen te helpen. Als ik nu terug zou kunnen naar Syrië en alles weer als vroeger was, zou ik teruggaan. Over een paar jaar denk ik er vast anders over, omdat het leven dan minder moeilijk is als nu.”