Nathaly

Nathaly 

“Ik ben dertien jaar oud en kom uit Syrië. Ik zit in de brugklas van het vmbo en woon nu drie jaar in Reuver. Ik ben naar Nederland gekomen samen met mijn vader, moeder en twee broers. We woonden in Aleppo maar toen het daar niet meer veilig was zijn we verhuisd naar een klein dorp verderop. Daar was het redelijk veilig. Na drie jaar in het dorp te hebben gewoond zijn we te voet de grens naar Turkije overgestoken. We zijn een week in Istanbul geweest en daarna zijn we met een groep andere vluchtelingen met de boot naar Griekenland gereisd. Ik weet nog dat iedereen op de boot heel bang was. Mensen waren aan het bidden en hoopten dat we niet zouden zinken. Op het strand van Griekenland kwam er een vrouw naar me toe. Ze zag dat ik honger had en ze gaf ons koekjes en twee grote tassen met eten. We hebben gewacht op het strand en met hulp van smokkelaars zijn we met de bus en met de trein uiteindelijk in Duitsland terechtgekomen. Een neef van mijn vader zorgde dat we van Duitsland naar Nederland konden komen. Eenmaal hier kwamen we terecht in Heumersoord, bij Nijmegen. Het was een heel groot kamp met een soort festivaltenten. In de tenten waren allemaal kamertjes gemaakt. Het was er heel koud en ik vond het er helemaal niet leuk. We deelden onze kamer met een Afghaanse familie en we konden elkaar niet verstaan. Soms kwamen er mensen naar het kamp om speelgoed te brengen. Ze namen bijvoorbeeld krijt en springtouwen mee. Daarmee speelde ik samen met andere kinderen uit het kamp. We woonden zes maanden in Heumersoord en gingen daarna naar het asielzoekerscentrum in Budel. Uiteindelijk kwamen we in Gulpen terecht en daar kregen we te horen dat we een huis kregen in Reuver. We waren heel erg blij dat we eindelijk weer een plek hadden voor onszelf. We kregen ons huis in de zomervakantie dus we moesten nog een paar weken wachten tot we naar school mochten. Ik kwam in groep zeven en kan me mijn eerste schooldag nog goed herinneren. Er was een smartboard en we konden binnen gymmen. Ik vond de juffen en meesters meteen heel lief. In Syrië werden we soms geslagen met een liniaal of met een stok als we ons huiswerk niet hadden gemaakt. Dat zal hier nooit gebeuren. Het was totaal anders dan mijn school in Syrië. Bijna al mijn familie uit Syrië woont nu in Turkije. Mijn moeder belt elke dag mijn ze. Ik weet niet of ze daar willen blijven of weer terug willen naar Syrië als de oorlog voorbij is. Alles daar is kapot. Ik wil niet meer terug naar Syrië. Misschien op vakantie of om mijn familie te zien maar ik zou er nooit meer willen wonen. Later wil ik graag dokter worden. Ik wil beter worden in de Nederlandse taal zodat ik kan doorleren en uiteindelijk naar de universiteit kan.”