Nada

Nada

“Ik studeerde Arabisch aan de universiteit in Homs. Ik zou nog één jaar moeten studeren om mijn diploma te kunnen halen, maar door de oorlog kon ik het laatste jaar niet meer afmaken. Ik ben toen met mijn ouders naar Turkije gevlucht. Eenmaal in Turkije ben ik de Turkse taal gaan leren. Na drie jaar in Turkije te hebben gewoond, trouwde ik met mijn man. Hij is ook Syrisch maar woonde en werkte destijds in Irak. We hebben na het huwelijk ongeveer tien maanden samen in Irak gewoond en kregen daar onze dochter. Daarna zijn we via Turkije en Griekenland naar Nederland gevlucht, samen met de broer van mijn man. We wilden graag naar Nederland omdat Nederland van alle Europese landen het snelst is met het regelen van gezinshereniging. De broer van mijn man had al een gezin in Syrië en wilde hen natuurlijk zo snel mogelijk in veiligheid brengen. Ik weet nog goed dat we aankwamen in Amsterdam. We kwamen vanuit Duitsland met de trein aan op Amsterdam Centraal. Toen we uitstapten stonden er mensen met bordjes op het station. Op de bordjes stond in het Arabisch geschreven: “Welkom in Nederland, wij willen je helpen.” Ik was heel blij toen ik dat zag. De mensen met de bordjes hebben ons geholpen om in ter Apel te komen. We hebben ons daar aangemeld als vluchtelingen en hebben vervolgens in asielzoekerscentra in Budel, Doetinchem en Maastricht gewoond. Na ongeveer tien maanden kregen we een woning toegewezen in Bergen. Ik ben direct begonnen met Nederlandse lessen. Je hebt als statushouder drie jaar de tijd om het inburgeringsexamen te halen maar ik heb het in zes maanden gehaald. Ik weet veel van talen en leer daarom denk ik sneller Nederlands dan de andere statushouders die vanuit een ander land naar Nederland komen. Ik krijg hulp van een taalmaatje en bezoek elke week de vrouwengroep van Gilde Bergen. Zelf ben ik ook vrijwilliger geworden: ik geef elke dinsdag Arabische les aan kinderen met een Arabische achtergrond. Mijn man heeft een baan gevonden als pakketbezorger. Onze dochter zit op de peuterspeelzaal en in Nederland hebben we nog een zoon gekregen. Hij is nu één jaar en acht maanden oud. Zolang Syrië onveilig is blijven we hier, maar zodra het veilig is wil ik heel graag weer terug. Ik ben nu bijna zeven jaar weg uit mijn land en mis het heel erg. Alle talenkennis die ik heb opgedaan de afgelopen jaren zou ik in Syrië graag willen gebruiken om het land weer op te bouwen.”