Fatima

Fatima 

“Ik woonde samen met mijn ouders, twee zussen en drie broers in Latakia aan de kust van Syrië. Toen het onrustig werd in Syrië zijn we in Egypte gaan wonen. Hier waren we precies twee jaar en acht maanden. In Egypte woonden meer Syrische mensen en die hadden het onderling altijd over hoe fantastisch het was in Europa. Mijn vader hoorde al die positieve verhalen en besloot om ook naar Europa te gaan. Niet meteen met het hele gezin maar alleen mijn ouders, mijn zus, haar dochtertje en ik. Met hulp van een smokkelaar reden we ’s nachts met een grote auto vol mensen naar de woestijn. We liepen vier uur door de woestijn. Ik weet nog dat we heel snel moesten lopen en niet mochten pauzeren. De smokkelaars waren heel boos en riepen de hele tijd dat we sneller moesten lopen. Bij de kust lag een boot klaar. De boot lag ver van de kust dus we moesten eerst een stuk door het water. Mijn zus hielp haar dochter aan boord en mijn vader hielp mij. Mijn vader ging terug om mijn moeder te helpen op de boot te klimmen. Er was chaos en paniek omdat iedereen zo snel moest zijn. De boot was inmiddels al aan het varen. De boot ging steeds sneller en mijn zus en ik zeiden tegen de kapitein dat mijn ouders nog in het water waren. Hij zei dat mijn ouders een andere boot moesten nemen en we zo snel mogelijk moesten vertrekken. We zijn toen met de boot naar Italië gegaan en mijn ouders bleven achter. Eenmaal in Italië zaten we een paar weken in een vluchtelingenkamp. Vanuit het kamp gingen we naar het asielzoekerscentrum in Milaan. We wisten al die tijd niet waar mijn ouders waren en in het asielzoekerscentrum in Milaan kwamen we ze opeens tegen. We waren heel blij om elkaar weer te zien. In Milaan kwamen we een Nederlandse man tegen die ons hielp om via de trein naar Nederland te komen. We zaten eerst in het asielzoekerscentrum in Budel en daarna in Grave, bij Nijmegen. In Grave kregen we te horen dat we een huis kregen in Reuver. In het asielzoekerscentrum kreeg ik al een beetje Nederlandse les. De juffrouw die ons lesgaf was heel goed en leerde ons heel veel over grammatica en de uitspraak van Nederlandse woorden. Toen we in Reuver gingen wonen ging ik eerst naar een taalklas in Tegelen. Samen met negen andere kinderen kregen we de hele dag alleen maar taalles. Uiteindelijk mocht ik naar basisschool Meander. In het begin vond ik het helemaal niet zo leuk omdat ik niet goed snapte wat de andere kinderen zeiden. Er zaten geen andere Syrische kinderen in mijn klas dus alles ging in het Nederlands. Ik kreeg wel nog extra taallessen naast de normale lessen en dat vond ik heel fijn. Ik praat thuis met mijn moeder en mijn broertje heel veel Nederlands om te oefenen. Mijn moeder heeft haar inburgeringsexamen gehaald en spreekt steeds beter Nederlands. Ik vind het heel vervelend als mensen in het Nederlands tegen me praten en ik niet alles begrijp. Ik wil alles kunnen snappen zodat ik sneller door kan leren. Ik wil later graag plastisch chirurg worden en mensen helpen die problemen hebben met hun lichaam of met hun gezicht. Hiervoor moet ik nog lang doorleren maar ik wil het heel graag dus het gaat me vast lukken. In 2019 woon ik vijf jaar in Nederland.”